Kinderspel Wat speelde ik? Verstoppertje en diefje met verlos, Van iene miene mutte; wie niet weg is is gezien. En een keer kreeg ik taart want Tine Soetenbroek werd tien. Op zondag was het hutten bouwen, hutten in het bos. We klitten s’avonds samen, alle kinderen in een tros; Daar kwam haast altijd ruzie van, met schelden en gegrien. Soms werd het wel na negen – natuurlijk clandestien: Verhit ging je naar binnen, met op elke wang een blos. Ik lees – onder de dekens – de boeken van mijn zus, Maar Puk en Muk in China blijft toch mijn favoriet. De liefde voor het buurmeisje is diep en wederzijds Opnieuw leg ik mijn spoortrein uit, in steeds dezelfde lus En bouw complete steden – terwijl het buiten giet - Van lege doosjes lucifers. Zo speelde ik destijds. Hans Moors