Levensles Teneergeslagen kom je thuis: je baas was niet te pruimen. Gelaten zak je voor de buis een bierglas klemmend in je kruis; die gluiperd met zijn luimen. Nooit geeft die vent je wat krediet, hij blijft maar overvragen. Je ziet heel Sonja Barend niet als je je glas naar binnen giet; wat heeft die kluns te klagen!? Blind staar je naar het weerbericht en laat het bier weer schuimen. Een handgranaat in zijn gezicht? Wellicht is het een burgerplicht om bazen op te ruimen. Voortdurend sta je stijf van stress, slechts drank maakt het te dragen. Je pakt de nummers vijf en zes, het leven is een lege fles; en morgen opslag vragen. Hans Moors